Icon--npo spotify youtube twitter facebook instagram whatsapp linkedin mail search arrow-right menu arrow down clock Icon video audio camera snapchat theme location

John Lapré: "God houdt van me, ook al ben ik homo"

5 april 2018

John Lapré is jurist, militair, christen én homo. Nadat John op zijn 14e voor het eerst verliefd werd op een andere jongen barstte er voor hem een strijd los. Was er voor hem nog wel plek in de kerk?

Homo-therapie

“Ik was pas 14 toen ik erachter kwam dat ik op jongens viel. Dat was in strijd met wat ik altijd in de kerk had gehoord: een relatie tussen man en vrouw is de bedoeling van God, en alles wat daarvan afwijkt is niet goed. Als er in de kerk aandacht aan werd geschonken was dat in het gebed, in het rijtje tussen de zieken en verstandelijk gehandicapten. In dat rijtje wilde ik niet thuishoren! Mijn gevoelens voelden als een grote zonde. Ik begreep er niets van: Ik wilde zo goed mogelijk leven voor God, maar ik dacht dat wat ik voelde een vreselijke zonde was. Terwijl het zo erg onderdeel uitmaakt van wie ik ben. Hoe kan dat?

In de jaren die volgden heb ik van alles geprobeerd om van mijn homo-gevoelens af te komen. Ik heb relaties met meisjes gehad en probeerde psychopastorale begeleiding bij stichting Different. Ik had het gevoel dat ik moest veranderen, maar dat lukte me niet.”

Gedwongen uit de kast

“In 2009 raakte ik betrokken bij een christelijke stichting. Ik had een mooie tijd als spreker en schrijver daar, maar liep met een zwaar drukkend geheim rond. Het zat me zo hoog dat ik het uiteindelijk in vertrouwen aan iemand op een conferentie vertelde. Dat voelde heel goed, want hij luisterde echt naar me. Helaas besloot hij de volgende dag mijn geheim aan de directeur van de stichting te vertellen omdat het de stichting in gevaar kon brengen. Mijn bediening zou een bedreiging voor Gods Koninkrijk zijn. Mijn baas besloot mijn kerk te bellen. De voorganger besloot dat ik uit het broederhuis waar ik woonde moest vertrekken. Ik ging weer naar mijn ouderlijk huis en nodigde een tijd later mijn vrienden uit. Toen ik mijn verhaal had verteld, kreeg ik een dag later een e-mail van een van hen, waarin hij aangaf dat hij ‘niet in contact wilden komen met mijn onreinheid’. Ik verloor dus mijn baan, mijn kerk, mijn huis en mijn vrienden.

Op dat moment waren alle fundamenten van mijn leven weggeslagen. Ik was in een klap veranderd in een person non grata. Niemand belde, zelfs niet uit de gemeente.”

“Ondanks de tegenslagen die ik te verduren kreeg besloot ik om weer op te krabbelen. Ik wist zeker dat God intens van me hield, ondanks wie ik ben. God is anders dan zijn grondpersoneel! In die periode heb ik veel van Gods liefde gevoeld, wat me geholpen heeft mijn leven weer op te pakken. Ik heb mijn rechtenstudie afgemaakt en ben bij de Koninklijke Marine gaan werken. Me weer bij een kerkelijke gemeente aansluiten is me tot op de dag van vandaag niet gelukt. Daarvoor is de drempel nu nog te hoog.”

God veert mee

“Inmiddels kan ik mijn homoseksualiteit prima verenigen met mijn christenzijn. Ik geloof dat de teksten in de Bijbel over homoseksualiteit komen uit een heidens-afgodische context. Dat gaat over homoseks door heteroseksuele mannen. Dus niet over duurzame relaties van liefde en trouw tussen mensen van hetzelfde geslacht. 

Zelfs als je homoseksualiteit wel als een vorm van gebrokenheid ziet, dan veert God mee. Hij heeft het geluk van mensen voor ogen. Je ziet het bijvoorbeeld ook bij scheiden. God heeft van oorsprong bedoeld dat mensen elkaar trouw blijven. Maar, in het nieuwe testament geeft hij onder bepaalde voorwaarde toch ruimte om te scheiden. Daarin veert hij ook mee. Soms is er geen andere weg dan te scheiden.”

Roze lente

“Ik zie de laatste tijd heel voorzichtig een nieuwe, positieve tendens, dat zelfs onder ultraorthodoxe christenen steeds meer oog begint te komen voor de mens. Zowel onder jongeren en ouderen komen meer verhalen naar buiten van homo’s die een groot verlangen hebben naar God, maar ook worstelen met hun homoseksuele gevoelens. Ik heb het idee dat er heel langzaam een soort mildheid ontstaat die een veilige omgeving creëert voor hen. 

Over de anti-homoflyer bij het Reformatorisch Dagblad was ik heel boos. Dan denk ik aan die jongens en meisjes die nog in de kast zitten en die door zulk soort acties het gevoel krijgen dat ze beter kunnen blijven zitten.

Maar sinds de flyer is verzonden zie ik ook veel positieve bewegingen. Er staan heterochristenen op die zeggen: ‘dit moet echt anders!’.  Dat noem ik een roze zomer!

Maar het bittere aan deze beweging is dat de fundamentalisten door de positieve geluiden juist fundamentalistischer worden. Dat zijn de christenen die zich verharden in hun standpunten. Een kille winter. Samen maakt dat een roze lente.

De LHBT’ers zijn hierdoor dagelijks onderwerp van gesprek. Dat heeft positieve kanten, maar in de kern willen we dat niet. We willen gewoon geliefd zijn, net als ieder ander.”

Beeld: website John Lapré / M.d.a. Carel Schutte

Dankzij jou

Veel programma's die de EO maakt, zijn mogelijk dankzij giften. Wil jij ook bijdragen? Velen gingen jou al voor.
Samen voor een christelijk geluid in de media! Kijk wat jij kan doen: