Icon--npo spotify youtube twitter facebook instagram whatsapp linkedin mail search arrow-right menu arrow down clock Icon video audio camera snapchat theme location

Man, word geen Peter Pan, we hebben je nodig

Peter Pan vliegt over de stad (fotomontage)

Het wordt voor mannen steeds makkelijker niet op te groeien, geen verantwoordelijkheid te nemen, en kind te blijven: het Peter Pan-syndroom. Reinier Sonneveld maakt zich grote zorgen.

Jongens en mannen hebben het niet makkelijk in ons land. Het is al vaak gezegd en sinds een paar jaar maak ook ik me er flinke zorgen om, al was het maar omdat ik vader ben geworden van een zoon en ik hoop dat hij eerlijke kansen krijgt.

Nu barst hij van de privileges: mijn vrouw en ik hebben een prima IQ, een van de belangrijkste privileges die een mens kan meekrijgen, wij zijn hoogopgeleid, hebben een goed huwelijk, wonen in een welvarend land, in de meest technologische eeuw. Daarmee heb je statistisch gezien wel de belangrijkste factoren te pakken die succes in het leven bepalen.

Man-zijn, dat helpt niet

Maar het feit dat hij man is, werkt niet mee. Zeker, er zijn een paar mannen aan de top en daar verblijven vooralsnog minder vrouwen, maar dat is een zeer kleine groep. Ik zie niet in hoe een paar mannelijke, zeg, Shell-directeuren, het succes van alle mannen definieert. En zeker, er is een loonkloof tussen mannen en vrouwen, maar die verdwijnt vrijwel als het onderzoek nauwkeuriger wordt en bijvoorbeeld fulltime en parttime werk wordt meegerekend.

Daar staat nogal wat tegenover. Mannen zijn lager opgeleid en doen het slechter op school. Ze leven ongezonder en sterven eerder dan vrouwen. Ze worstelen met grotere taboes rondom eigen ervaringen met misbruik. Ze zijn vaker werkeloos, dakloos en slachtoffer van geweld. Mannen worden voor dezelfde misdaad harder bestraft dan vrouwen. En ja, er is een ‘glazen plafond’ voor vrouwen, maar ook een ‘glazen vloer’: er zitten bovenin relatief veel mannen, maar onderin eveneens. De gevangenissen en tbs-klinieken zitten vol mannen. En ik hoor niemand erover klagen dat vrouwen vrijwel nergens militaire dienstplicht hoeven te doorlopen en dramatisch ondervertegenwoordigd zijn onder vuilnisophalers.

Dus ja, ik maak me zorgen over ons zoontje. Hij heeft een prachtig leven, heus, maar als hij een meisje was geweest, had hij meer kansen gehad. Zelfs als je niet aan die statistiek wilt, erken dan op z’n minst dat alle mensen hun issues hebben en dat we die serieus moeten nemen. En zoals het niet fair is alle problemen van vrouwen weg te wuiven en aan henzelf over te laten om op te lossen, is dat het evenmin bij mannen.

Hoed je voor de kind-mannen

Waar ik me het meest druk om maak, is het zogeheten syndroom van Peter Pan. Oftewel, de man die altijd kind blijft, geen verantwoordelijkheid neemt, van relatie naar relatie slalomt, en het liefst wrokkig op z’n zolderkamertje zit te gamen. Je kent ze ongetwijfeld. Geenstijl zit er vol mee, evenals je kerk, je opleiding, je familie. Graaf even in je geheugen, je herkent ze meteen.

De kind-mannen zijn er nog niet zo lang. Dat komt omdat we vergeleken met vroeger allemaal prinsjes en prinsesjes zijn geworden. Het leven was voor de meeste mensen in het Westen tot medio de twintigste eeuw keihard, zoals het daarbuiten nog steeds vaak is. In zo’n brute wereld komt een kind-man nergens. Na een paar maanden spelen ligt hij in de goot. Als hij zelf al kinderen heeft gekregen, liggen die ernaast. Het leven geeft je bij elke kind-mannelijke neiging een flinke pets in je gezicht, je bent acuut weer wakker en je doet weer volwassen.

Eeuwig kuiken

Die pets is grotendeels verdwenen. Vroeger waren er papa en mama die je beschermden tegen de petsen. Dat is hun rol, maar papa’s en mama’s doen er tegenwoordig nog een schepje bovenop. Als de juf (de meesters zijn vrijwel verdwenen en jongetjes missen identificatiefiguren) je straf geeft of een laag cijfer, grijpen de ouders verontwaardigd de telefoon. Kinderen spelen veel minder vaak buiten en als ze buitenspelen, dan veel minder ver weg en zelfstandig. En sowieso maken we veel minder ergs mee dan vroeger, al was het maar omdat er weinig oorlogen meer zijn en er in de meeste families geen jonge kinderen meer sterven.

Wat allemaal goede genade is, begrijp me goed. Maar dan gaat het verder. Mocht je al op je achttiende uitvliegen – jongens gaan gemiddeld pas op hun 23e het huis uit, twee jaar later dan de meiden – dan neemt ‘vadertje staat’ de rol van papa en mama over. Ben je werkeloos, dan krijg je een uitkering. Word je ziek, dan is er de verzekering. Wil je vrije seks, dan heb je geen risico meer op onvoorzien nageslacht. We blijven in zekere zin eeuwig thuis wonen. De staat springt ertussen als het leven een pets uitdeelt. Alles is een nest – uitvliegen bestaat niet meer. En dus kunnen we eeuwig kuiken blijven.

Waar kunnen mannen nog in uitblinken?

Zeker, vrouwen ook, maar mannen lopen hier gemiddeld een groter risico. Let op dat woordje ‘gemiddeld’. Ik generaliseer hier, doe algemene uitspraken over mannen en vrouwen. Daarmee erken ik onmiddellijk dat er ‘mannelijke’ vrouwen en ‘vrouwelijke’ mannen zijn en dat er ook mensen zijn die zich niet in een van die categorieën herkennen. En toch kun je algemene uitspraken doen: de wetenschap doet niet anders.

Het punt is dat mannen vaker opbloeien van risico’s, gemiddeld meer dan vrouwen. Ze krijgen er energie van. Ze worden wakker als er wat te verliezen en wat te winnen valt. Als ze kunnen shinen, toegelachen en beapplauddisseerd kunnen worden. Iedereen heeft dat ergens, zeker, maar weer geldt: mannen gemiddeld meer. Ze willen niet in de goot belanden, natuurlijk niet, maar wel in de goot kunnen belanden. En in een samenleving waar de gevaren langzamerhand worden weggemasseerd, voelen mannen daarmee hun energie wegglippen. Waar kunnen ze nog voor vechten? Waar kunnen ze nog in uitblinken? Waar is nog de competitie?

Lees het volledige artikel >