Icon--npo spotify youtube twitter facebook instagram whatsapp linkedin mail search arrow-right menu arrow down clock Icon video audio camera snapchat

Wat is Kerst?

In de Bijbelboeken Mattheüs en Lucas lezen we over de geboorte van Jezus. Een beknopte versie van het kerstverhaal lees je hieronder. Wil je meer lezen? Klik dan op de verwijzingen; zij leiden je naar het juiste hoofdstuk in de Bijbel.

De aankondiging van de zwangerschap
Het kerstverhaal begint bij de zwangerschap van Maria. Maria woonde in Nazareth en was uitgehuwelijkt aan Jozef. In het Bijbelboek Lucas lezen we dat God de engel Gabriël naar Maria stuurt, om haar te vertellen dat ze zwanger zal worden. Gabriël zegt: “Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd…” (Lucas 1 vers 31 en 32)

Jozef en Maria moeten naar Bethlehem
In de tijd van Jozef en Maria was keizer Augustus aan de macht. Hij kondigde een ‘decreet’ (een bevel) af: alle inwoners van zijn rijk, moesten zich laten inschrijven. Iedereen moest zich inschrijven in de plaats waar hij vandaan kwam. Omdat Jozef van David afstamde, moest hij zich – samen met Maria – inschrijven in de stad Bethlehem.

Jezus wordt geboren
Toen ze in Bethlehem waren, beviel Maria van haar eerste kind: Jezus. De Bijbel vertelt hoe Jezus wordt geboren in een stal, omdat er geen slaapplaats meer was in de herbergen in de stad: “Ze (Maria) wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.” (Lucas 2 vers 7)

De herders horen het goede nieuws
Niet ver van de geboorteplaats van Jezus, houdt een groep herders de wacht bij hun kudde. Het goede nieuws van de geboorte van Jezus wordt door een engel aan hen bekendgemaakt. De engel zei: “Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de Messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.” (Lucas 2 vers 10 t/m 12)

Als de engel is uitgesproken, voegt zich een grote groep engelen bij de eerste engel. Ze prezen God met de bekende woorden: “Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.” (Lucas 2 vers 14)

Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, gingen de herders meteen op weg naar Bethlehem. Hier zagen ze wat de engel hen had verteld: Maria en Jozef en het kind dat in de voerbak lag. Toen ze Jezus zagen, vertelden ze alles wat de engel hen over hem had verteld.