Icon--npo spotify youtube twitter facebook instagram whatsapp linkedin mail search arrow-right menu arrow down clock Icon video audio camera snapchat theme location

Vreselijk einde, of een hoopvol begin?

Het einde van de tijden, wat is dat eigenlijk precies? Vraagt Mirjam Kollenstaart zich af. Zullen hemel en aarde dan vergaan? Wordt de aarde dan vernietigd? En hoe merken we dat het zover is? Zei Jezus niet dat we op de tekenen van de tijd moeten letten? Soms is het net alsof die angstwekkende dag van de Heer al gekomen is voor sommige delen van deze wereld. Denk maar aan een hongersnood of een natuurramp. Toch mogen we zonder te vrezen uit zien naar het moment van verlossing.

De profeet Joël ziet de verwoesting van het land en komt tot de conclusie dat dit door de ongehoorzaamheid van het Joodse volk komt. Gods oordeel is over het land gekomen. In de profetie kijkt hij ook vooruit: dit is niet het eindoordeel. Dat komt nog.

God is er niet op uit om een punt te zetten achter het menselijke bestaan. Het is Hem om herstel te doen. Wat Hij herstelt, wordt nog beter dan het oorspronkelijk was. Hij maakt alles nieuw. Nu hebben wij nog met omstandigheden te maken die daar niet aan beantwoorden. Dat kan moeilijk zijn. Toch is er geen reden om je zorgen te maken over de goede afloop.

Het oordeel van God

Heel Juda is wanhopig. Een enorme zwerm sprinkhanen vreet alle planten weg. Waar het vee eerst op weelderig land graast, verandert dit in een kale vlakte (Joël 1:4). Ze vernielen niet alleen de gewassen: opgeslagen zaad dat voor de volgende zaaitijd bedoeld is, wordt ook opgevreten (Joël 1:17). Niet eerder is het land zo zwaar getroffen. Wie wijn wil drinken, heeft niet meer dan een leeg glas (Joël 1:5). Priesters die willen offeren, staan met lege handen (Joël 1:9,13). Boeren en wijnbouwers zijn werkloos: het land levert niets meer op en de wijnstok is verdroogd (Joël 1:11,12). Het leven van de Israëlieten loopt over van slechtheid, en daar moet nu een einde aan komen (Joël 4:13). De waarschuwing van Mozes dat dit zou gebeuren als zij God niet gehoorzamen, is in de wind geslagen (Deuteronomium 28:42). Voor de profeet is de conclusie duidelijk: dit is het oordeel van God, en nog niet eens het zwaarste. Dat oordeel moet nog komen (Joël 3:14).

De dag des Heren breekt aan als de slechtheid in de wereld tot een climax komt. God laat de wereld daarvoor boeten, breekt de trots van hoogmoedigen en vernedert de onderdrukker (Jesaja 13:11). Deze oordeelsdag gaat niet ongemerkt voorbij: het licht van de sterren wordt gedoofd, de zon en de maan worden verduisterd (Jesaja 13:10, Matteüs 24:29) en de maan krijgt een bloedrode kleur (Joël 2:31). Alles gaat gepaard met een zware aardbeving en een regenval van sterren, die op de aarde terechtkomt (Openbaring 6:12,13). De woede waarmee God reageert, verbijstert wie tegen God en Zijn gezalfde in zijn gegaan (Psalm 2:5). De angst die dit oproept, is onbeschrijfelijk. Mensen proberen zich in grotten en rotsen te verbergen en worden liever door de bergen bedolven, dan dat zij oog in oog met God en Zijn Zoon komen te staan (Openbaring 6:15,16). Ondanks de plagen waarmee zij getroffen worden, blijven zij zich toch bezighouden met afgoderij, toverij, moord, ontucht en diefstal (Openbaring 9:5-21).

Om te overdenken

  • Welke gedachten heb jij over het oordeel van God? Raakt dit jou? Is het een ver-van-mijn-bed scenario? Hoe komt dat?
  • Hoe is dit oordeel van God te rijmen met de liefde voor Zijn schepping?

God is uit op herstel

Waar God een harde grens trekt voor mensen die zich niets van Hem aantrekken, is de liefde en zorg voor degenen die bij Hem horen, onbegrensd. Het kaalgevreten Juda krijgt de toezegging dat er een tijd van overvloed zal aanbreken, en dat het nooit meer tot schande gemaakt zal worden. God zal weer in hun midden wonen en het volk zal Hem eren (Joël 2:25-27). Die belofte is een voorbode voor wat God verder van plan is.

De schepping, die nu nog onder zinloosheid gebukt gaat, daaronder zucht en daaraan lijdt (Romeinen 8:19-22) zal vernieuwd worden (Jesaja 65:17, Openbaring 21:1-5). God komt in het midden wonen van alle volken en zal onophoudelijk vereerd worden (Openbaring 7:15, Openbaring 21:26). In de natuur vindt ook een verandering plaats: de zon en maan zijn niet meer nodig. God Zelf is het licht, dat voortdurend schijnt (Openbaring 21:23,24). Vruchtbomen dragen optimaal vrucht (Openbaring 22:2).

Herstel is mogelijk, doordat Jezus de zonde van de wereld heeft weggenomen (Johannes 1:29). Door Zijn sterven beschouwt God de gemeente als onberispelijk (Efeze 5:25-27). Er is sprake van volledige verzoening (Colossenzen 1:20).

Als God iets vernieuwt en herstelt, brengt Hij het niet terug in de oorspronkelijke situatie, Hij zorgt ervoor dat wat vernieuwd is, nog beter is dan de beginsituatie (Joël 2:21-26). Na het verlies van al zijn bezittingen, geeft God Job het dubbele van wat hij eerst had (Job 42:10-42). Wat door volgelingen van Jezus omwille van het evangelie losgelaten wordt, vergoedt Hij honderdvoudig (Markus 10:29,30). In komende rijk zijn de leefomstandigheden nog beter dan in het Paradijs. Er is geen mogelijkheid meer om in zonde te vervallen. Alles wat daar aanleiding toe zou kunnen geven, is weggenomen (Openbaring 19:20, Openbaring 20:14, Openbaring 21:8). Het komt ook bij niemand meer op om aan de situatie van de vorige hemel en aarde te denken (Jesaja 65:17).

Om te overdenken

  • Wat heeft God nu al in jouw leven hersteld? Wat is daardoor beter geworden dan wat het daarvoor was?
  • Op welke gebieden ben jij, in navolging van God, ook een hersteller?

Wie gelooft, heeft niets te vrezen

Omdat God alles gedaan heeft om de relatie met ons te herstellen, hoeven wij er niet bang voor te zijn dat het toch nog verkeerd met ons afloopt. Jezus houdt ons vast. Niemand kan zich met succes tegen de Zijnen keren (Jesaja 54:17). Doordat Hij ons vrijspreekt, houden aanklachten van de boze geen stand en is er geen veroordeling mogelijk. Ook kan er geen wig tussen God en Zijn kinderen gedreven worden. Daarom schrijft Paulus ervan overtuigd te zijn dat de relatie tussen God en ons onwrikbaar is (Romeinen 8:31-39).

Hoewel de beloftes van God duidelijk zijn en Hij nakomt wat Hij zegt, blijft Hij herhalen dat het niet nodig is om je door mensen (1 Petrus 3:14) of omstandigheden bang te laten maken. God zal niet alleen kracht geven en je helpen, Hij zal zelf met die mensen afrekenen die je kwaad willen doen (Jesaja 41:10,11). Als de boze kwaad uitricht, kun je blijven uitkijken naar de bekroning die God zal geven (Openbaring 2:20). Jezus belooft dat nog geen haar op je hoofd zal verloren gaan (Lucas 21:18). Hij heeft ons het Koninkrijk beloofd (Lucas 12:32). Dat geeft alle reden tot blijdschap (1 Petrus 1:6).

Om te overdenken

  • Waarom zegt de Bijbel zo vaak dat we niet bang hoeven te zijn?
  • Hoe kun je je nu al tegen angst voor het onbekende wapenen?
  • Hoe kun je in de gemeente daarin iets voor elkaar betekenen?

Dankzij jou

Veel programma's die de EO maakt, zijn mogelijk dankzij giften. Wil jij ook bijdragen? Velen gingen jou al voor.
Samen voor een christelijk geluid in de media! Kijk wat jij kan doen: