Icon--npo spotify youtube twitter facebook instagram whatsapp linkedin mail search arrow-right menu arrow down clock Icon video audio camera snapchat

Mensen vangen

Mensen vangen

Ds. Arie van der Veer woont aan een plas. Daar ziet hij regelmatig bijzondere vissers zitten. Bijzonder omdat ze hun gevangen vis niet houden. Ze vangen om vrij te laten. Dat kan ook bij mensen. Al vindt ds. Arie van der Veer ‘mensen vangen’ niet zo fijn klinken, het doet hem toch erg denken aan Jezus.

Petrus en Andreas krijgen van Jezus een wonderlijke mededeling: zij zullen vissers van mensen worden. Zij ontnemen mensen daardoor hun vrijheid niet, maar wijzen hun de weg hoe zij in vrijheid kunnen leven. Dat is voor iedereen een omschakeling…

Mensen vangen

Het kan overweldigend zijn wanneer God aan mensen een bepaalde opdracht geeft. Als Petrus een nacht op het water doorbrengt, in de hoop met vis terug te komen, heeft hij weinig succes. Terug aan wal ontmoet hij Jezus, die zijn boot eerst als preekstoel gebruikt en daarna aan Petrus vertelt hoe hij wel met succes vis kan binnenhalen. Petrus vaart opnieuw het meer op, vangt een enorme hoeveelheid vis en begrijpt dat de woorden van Jezus impact hebben. Jezus geeft Petrus en Andrea vervolgens de opdracht hem als vissers van mensen te volgen (Lukas 5:1-10).

 

De joodse christenvervolger Saulus jaagt met toestemming van de leiders op volgelingen van Jezus om hun het zwijgen op te leggen. De afkeer tegen deze mensen is groot. Als hij onderweg is naar Damascus, wordt zijn verblinding compleet: Jezus ontneemt hem zijn zicht en vertelt hem dat hij op verdere opdrachten moet wachten. Ananias, een leerling van Jezus, gaat naar Saul toe en geeft hem namens God het gezichtsvermogen terug. Die ervaringen zijn voor Saul voldoende om anderen over Jezus te gaan vertellen. Het zijn de eerste stappen die hij zet om als instrument van God gebruikt te kunnen worden (Handelingen 9:1-20).

Als Jona geroepen wordt om de inwoners van Ninevé op te roepen zich te bekeren, maakt God gebruik van een vis (Jona 2:1)  en een worm (Jona 4:7) om hem ervan te overtuigen hoe Hij naar mensen kijkt, ook al zijn zij verachtingwaardig.

Samuël wordt geroepen als hij op bed ligt en nog niet slaapt. Hij begrijpt niet wat er gebeurt (1Samuël 3:3-5). Gideon staat oog in oog met de Heer als hij zich stiekem bezighoudt met het binnenhalen van de oogst. Hij is verwonderd wanneer hij begrijpt wat er gebeurd is. (Rechters 6:1-22). Ezechiël krijgt  onbeschrijfelijke dingen te zien voordat God hem toespreekt (Ezechiël 1:1 – 2:1). Zij hebben allemaal de taak om aan anderen over de vrijheid te vertellen die God geeft.

Om te overdenken

  • Hoe heeft God jou geroepen? Wat vond je daarvan indrukwekkend? Wat vond je gewoon?
  • Welke taak heb jij van God gekregen?

Mensen vangen om vrijheid te geven

Hoe vrij mensen zich ook wanen, van nature zijn wij dat niet. Door de zonde hebben we de neiging verkeerde keuzes te maken, ook wanneer wij dat niet willen (Romeinen 7:15, Romeinen 7: 18,19). De wet maakt pijnlijk inzichtelijk welke overtredingen gemaakt worden (Romeinen 3:20). Wie veiligheid zoekt in het navolgen van regels, vergist zich, zelfs wanneer het zou lukken om maar één fout te maken. Ook dan red je het niet (Jakobus 2:10). Het oordeel is hard (Galaten 3:10).

Vrijheid die wij zo graag ervaren, is geen menselijke verdienste. God maakt dat het Israëlische volk al duidelijk: als het uit de Egyptische slavernij is weggehaald en in de woestijn terechtkomt, zegt God hoe die vrijheid tot stand is gekomen. Ze zijn als op adelaarsvleugels door God gedragen (Exodus 19:4) en zijn onderweg, net als kinderen op de schouders van hun vader, meegenomen (Deuteronium 1:31). Ook wij zijn van God afhankelijk om vrij te kunnen zijn. God heeft Jezus aangewezen om ons vrijheid te geven (Romeinen 3: 25,26).

Jezus zet de weg naar vrijheid open en spreekt daarover. Als Hij in de synagoge is, gaat Hij naar voren om uit de Schrift voor te lezen. Hij leest woorden van bevrijding (Jesaja 61:1). Als de andere aanwezigen wachten op wat Jezus hierna te zeggen heeft, verklaart Hij die woorden op Zichzelf van toepassing (Lukas 4:16-21). Hij is Degene die gekomen is om echte vrijheid te geven (Johannes 8:34-36). Jezus is gestorven om ons vrij te kopen van de zonde (Titus 2:14).

Om te overdenken

  • Herken jij je in de uitspraak van Paulus dat je toch voor het verkeerde kiest, ook wanneer je dat juist niet wilt? Wanneer is dat wel het geval en wanneer niet?
  • Hoe voorkom je dat je beslissingen neemt waar je niet op uit bent?

Omgaan met je vrijheid

Die vrijheid betekent dat voor de zonde geen plaats meer is weggelegd (Romeinen 6:14). Jezus heeft ons juist overgeplaatst in het Koninkrijk van Zijn liefde (Colossenzen 1:13). De Geest van God bevestigt dat (2 Korintiërs 3:17).

 

Wie weet waar de vrijheid die God geeft toe leidt, wil zich niet opnieuw bezig te houden met praktijken die ver van God afstaan (Galaten 5:1). Vrijheid betekent niet dat je alles maar kunt doen wat je zelf wilt (1 Korintiërs 6:12). Daarom zoekt de psalmist steeds naar de richtlijnen van God: hij kan dan in alle ruimte leven (Psalm 119:45)

Paulus gebruikt de verkregen vrijheid door zoveel mogelijk mensen voor Christus winnen (1 Korintiërs 9:19). Hij stimuleert daarnaast andere gelovigen door duidelijk te maken waar de vrijheid toe leidt die God geeft (Romeinen 6:22). 

Wie de vrijheid kent die Jezus schenkt, ervaart ook de vrede die daarbij hoort (Efeziërs 2:14-16). Er bestaat ook geen afstand meer tot God (Efeziërs 2:19, Efeziërs 3:12). Wij hebben een bijzondere plaats bij Hem gekregen (Efeziërs 2:6). Daar wil je naar leven (Jakobus 2:12)!

Om te overdenken

  • Wat betekent het voor jou dat Jezus jou vrijheid geeft?
  • Waar blijkt dat uit?

Dankzij jou

Veel programma's die de EO maakt, zijn mogelijk dankzij giften. Wil jij ook bijdragen? Velen gingen jou al voor.
Samen voor een christelijk geluid in de media! Kijk wat jij kan doen: