Icon--npo spotify youtube twitter facebook instagram whatsapp linkedin mail search arrow-right menu arrow down clock Icon video audio camera snapchat theme location

Er was eens…

Er was eens…

Het kerstverhaal is echt niet het enige verhaal over de geboorte van een godenzoon. De Griekse mythologie staat er bijvoorbeeld vol mee. Toch is het verhaal over de geboorte van Jezus anders. Geen bliksemschichten vanaf de Olympus, maar een stal in Bethlehem. Jezus is geen mythe, geen sprookje. Paulus schrijft aan Titus op Kreta over onze redder Jezus. En dan niet als een “er was eens…”, maar als een historisch feit. Morgen vieren we het Kerstfeest, de Zoon van God die geboren werd op de aarde. Ds. Arie van der Veer vertelt in De Kapel over dit wonderlijke kerstverhaal.

Zelf God in huis halen?

Mensen doen er van alles aan om goden naar zich toe te halen. Voor het Israëlische volk is dat niet anders dan voor de omliggende volkeren.

In de jaren dat zij in Egypte wonen, verdwijnt God steeds verder uit hun gedachten en kennen zij Hem tenslotte niet meer (Exodus 3:13). Hoewel God het volk met overtuigende tekenen uit Egypte leidt en het dwars door de zee uitredding geeft (Deuteronomium 7:8), wordt er een afgodsbeeld gemaakt als de vertwijfeling toeneemt.

Om niet op denkbeeldige goden terug te vallen, verbiedt God afbeeldingen te maken om deze te vereren. Zelfs nieuwsgierigheid naar de manier waarop andere volken hun goden vereren, wordt verboden (Deuteronomium 12:30,31). Het is niet nodig dergelijke goden onder handbereik te hebben; God is al in hun midden. Dat zegt Hij ook steeds (Exodus 29:45, Leviticus 26:11, Jozua 3:10). Toch proberen de Israëlieten op verschillende manieren een god in hun midden te plaatsen. Er worden gewijde stenen geplaatst en Asjerapalen neergezet (2 Koningen 17:10), Egyptische tempels worden nagebouwd (Jeremia 43:13). Zelfs de slang, die door Mozes was gemaakt om Israëlieten in leven te houden (Numeri 21:9), wordt vereerd door er wierook voor te branden (2 Koningen 18:4).

God drijft de spot met zelfgemaakte afgodsbeelden: Het ene deel van het hout gaat de kachel in en aan het andere stuk worden goddelijke krachten toegedicht (Jesaja 44:17). Je haalt geen god in huis; God is niet met afgodsbeelden te vergelijken (Jesaja 40:18-20).

Het is niet nodig een god naar je toe te halen: God komt uit Zichzelf naar mensen toe. Abraham weet dat: als hij nog andere goden dient, spreekt God hem aan en neemt hem mee naar een ander land (Jozua 24:2,3), God gaat naar Mozes toe als hij daar niet op bedacht is (Exodus 3:4). Samuël wordt door God aangesproken als Hij hem iets te zeggen heeft (1 Samuël 3:3-11). God maakt nog meer duidelijk:  Zijn zoon zal komen.

Beloften van God

De verbinding die mensen zoeken, brengt God zelf tot stand. Daarom komt Hij naar ons toe. God belooft het eerst, vertelt met welk doel Zijn Zoon komt en zegt wat er allemaal gaat gebeuren.

De uitspraken die God doet over de komst van Zijn Zoon, zijn zo nauwkeurig, dat ze niet te missen zijn. De plaats waar het kind geboren wordt, is precies aangegeven: Bethlehem (Micha 5:2). Dat geldt ook voor zijn afkomst: Hij wordt geboren uit een jonge vrouw, een maagd (Jesaja 7:14), uit de stam van Juda (Genesis 49:10). Herders zullen voor Hem knielen (Psalmen 72:9) en koningen komen om Hem te aanbidden (Psalmen 72:10).

De belofte van God dat de Messias komt, klinkt zelfs door in zijn Naam: Immanuël, God met ons (Jesaja 7:14).

 

De Zoon van God komt met een doel: Hij herstelt de relatie tussen ons en God volledig.  Dat kost hem Zijn leven (Jesaja 53:10), maar hij zal weer opstaan uit de dood (Psalm 16:10, Psalm 49,16).

God maakt het waar

In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria.

Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’  Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had.  Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.

Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde.   Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’ Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd.

Dankzij jou

Veel programma's die de EO maakt, zijn mogelijk dankzij giften. Wil jij ook bijdragen? Velen gingen jou al voor.
Samen voor een christelijk geluid in de media! Kijk wat jij kan doen: