Icon--npo spotify youtube twitter facebook instagram whatsapp linkedin mail search arrow-right menu arrow down clock Icon video audio camera snapchat

Bij de bron word je een bron

Bij de bron word je een bron

Het gaat over feestvieren vanmorgen. En over de Here Jezus die er bij was. Ds. Bottenbley vertelt over de grote feesten die de joden vierden en over hoe je soms na het feest alleen, moe en bedrukt achter kunt blijven. Dan klinkt te midden van het feestgedruis ineens de stem van de Here Jezus: “Indien iemand dorst heeft, hij kome tot mij en drinke, gelijk de schrift zegt: stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien”. Hoe droog het ook is in je leven, de Here Jezus wil je door bestaan tot een bron van leven maken.

Wat verwacht je van de bron?

“Help toch, help toch”, zingen de joden elke dag tijdens het Loofhuttenfeest, terwijl zij een palmtak dragen. Op dit feest wordt God gebeden dat Hij voorspoed en regen geeft, zodat de grond goed voorbereid kan worden op de oogst van het komende jaar. Een priester vult elke dag een gouden kruik met water uit Siloam, en giet deze over het altaar uit: “Moge de Heer regen geven”. Het is een uitroep, die in een feestelijke omgeving wordt gedaan.

De roep om hulp van God klinkt ook wanneer omstandigheden anders zijn, bijvoorbeeld bij persoonlijke nood. David hunkert naar de aanwezigheid van God, wanneer hij in de woestijn zit, mogelijk omdat hij voor zijn zoon gevlucht is. Zijn diepe verlangen  iets van God te ervaren, vergelijkt hij met het droge land dat zich tegoed wil doen aan hemelwater. ‘Kom toch!’ (Psalm 63:1). Tempelzangers vergelijken hun wens met die van een hert dat het van dorst uitschreeuwt (Psalm 42:2).

Omdat David alleen van God redding verwacht (Psalm 119:20), onderstreept hij zijn wens met uitgestrekte handen (Psalm 143:6). Zo laat hij met heel zijn lichaam zien hoe diepgeworteld dat verlangen is. Hij weet wat hij zegt en doet! De kreet om hulp wordt aan God gericht, omdat Hij de bron van het leven is. Hij antwoordt door het goede te geven (Psalm 36:10).

Om te overdenken

  • Ken jij het diepe verlangen om dicht bij God te zijn? Welke omschrijving geef jij daaraan? 
  • David maakte met woord en gebaar duidelijk dat hij alles van God verwacht. Hoe doe jij dat?

De bron die vertrouwen schenkt

Als op het Loofhuttenfeest de uitroep van het volk opnieuw geklonken heeft, geeft Jezus antwoord: “Wie dorst heeft, moet bij mij zijn”. Bij Hem krijg je meer dan een enkele scheut water” (Johannes 7:37). Als Hij over water spreekt, heeft Hij het over de heilige Geest. Jezus gebruikt soortgelijke woorden als Joël gesproken heeft (Joël 2:28-29).

God heeft vaker overvloedige zegen beloofd, die dezelfde uitwerking heeft als watertoevoer op zaad dat nog niet ontkiemd is. Zo zeker als planten daardoor opkomen, zo zeker is ook de zegen die gegeven wordt wanneer de Geest van God in je werkt (Jesaja 44: 3-4).

God is niet zuinig: Hij zorgt ervoor dat zijn zegen overal opwelt: vergelijk het met rivieren die ontstaan, bronnen die ontspringen, meren die gevormd worden en water dat uit de grond opborrelt (Jesaja 41:18).

Als je de smaak te pakken hebt van het water dat uit de bron van God komt, wil je niet anders meer: het heeft een enorme uitwerking (Johannes 4:14). God laat zien dat Hij goed is en dat Hij redt, beschermt en kracht geeft. Je vertrouwen in Hem wordt daardoor alleen maar nog groter (Jesaja 12: 2+3).

Om te overdenken

  • Wanneer heb jij Gods zegen voor het laatst ervaren? Hoe heb je dit ervaren en wat betekent dat voor jou?
  • Welke uitwerking heeft dat op jouw vertrouwen in God?
  • In hoeverre verandert dit de manier waarop je met spannende situaties omgaat?

Zelf een bron worden

Je vertrouwen in God neemt toe wanneer je jouw aandacht steeds op Christus gericht houdt  (Hebreeën 12:1). Als Jezus de belangrijkste plaats in je leven inneemt (Johannes 3:30), wordt er meer van Zijn kracht zichtbaar (2 Korintiërs 12:9). Dan draag je vrucht en wordt jij ook een bron van zegen. Om dit duidelijk te maken, gebruikt Jezus het beeld van een druivenplant waarvan de loten aan de plant verbonden zijn. De sapstroom vloeit naar deze takken, waardoor  vrucht kan ontstaan. Daar is het de plant om te doen. Dat kan alleen als alles met elkaar in verbinding staat. Het beschrijft hoe God graag door ons heen wil werken.

De heilige Geest wil veel vrucht in ons leven laten groeien. Daardoor komen goede eigenschappen tot ontwikkeling. Paulus geeft een opsomming wat hieruit voortkomt: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (Galaten 5: 22-23). Deze eigenschappen bouwen vooral de ander op. Ook wanneer de relatie met een ander pijnlijk is, heeft dit zegen tot gevolg: eerst voor de ander en vervolgens ook voor jezelf (1 Petrus 3:9).

Wanneer je op deze manier in Christus blijft, kun je de goede daden doen, die je niet uit jezelf kunt opbrengen (Efeziërs 2:12). Dat komt omdat Hij je anders maakt (Efeziërs 4:20).

Om te overdenken

  • Wat vind jij belangrijker, zegen voor jezelf of zegen voor een ander?
  • Waarom vindt jij dat belangrijker?
  • Ben jij zo verbonden met God dat jij een zegen voor anderen kunt zijn? Zo niet, wat is daarvoor nodig in jouw leven?