Icon--npo spotify youtube twitter facebook instagram whatsapp linkedin mail search arrow-right menu arrow down clock Icon video audio camera snapchat

Ik zal je louteren, maar niet als zilver

Ik zal je louteren, maar niet als zilver

Wat doet een zilversmid als hij een mooi zilveren sieraad wil maken? Hij verhit het zilver tot hij zich erin kan spiegelen. Op die manier verdwijnen alle oneffenheden en alle verontreiniging. Zo wordt het zilver zuiver. De Bijbel leert ons dat God op een vergelijkbare manier met ons als mensen omgaat. Soms legt Hij ons het vuur na aan de schenen. Heb je daar weleens aan gedacht in perioden dat het leven moeilijk was?

Wanneer je met tegenslag te maken krijgt, kun je daar op verschillende manieren op reageren. De Bijbel geeft daar voorbeelden van. Sommigen reageren verbitterd of geven God de schuld van alle problemen. Anderen leggen hun problemen aan God voor en verwachten dat Hij hen verder helpt.

God kijkt niet de andere kant op wanneer het tegenzit, integendeel: Hij is erbij en wil ook moeilijke situaties ten goede doen keren, ook al kan dat op een andere manier gaan, dan je zelf voor ogen hebt. God wil altijd zijn liefde met ons delen, zodat onze relatie met Hem blijft groeien. Die loutering verrijkt.

Omgaan met de druk

Het voelde niet goed voor Noömi. Om hongersnood uit de weg te gaan, was zij met haar gezin naar een buurland gevlucht. Het leven hernam daar zijn normale loop. Het ging goed, totdat haar man en beide zonen stierven. Verbitterd keert zij terug naar haar eigen land en geeft God de schuld van wat haar overkomen is. (Ruth 1:1-20)

Het volk Israël is onderweg naar het beloofde land en wordt regelmatig met problemen geconfronteerd. Bij een aantal mensen verdwijnt daardoor het vertrouwen in God. ‘Hij moet ons wel haten. God is vast van plan ons onderweg uit te roeien.’ (Deuteronomium 1:26) Gaandeweg neemt het verzet toe. Zij willen een andere leider om hen terug te brengen naar Egypte. (Numeri 14: 2-4) Zij zien het verkeerd: God is er niet op uit mensen tot verkeerde keuzes te verleiden. (Jakobus 1:13)

Hanna gaat anders met haar problemen om: zij gaat ermee naar God. Zij is kinderloos en wordt daar telkens door Peninna, de andere vrouw van Elkana, mee gepest. Als het hele gezin weer in Jeruzalem is om hun offer te brengen, gaat Hanna naar de tempel en legt haar nood aan God voor. (Ruth 1: 1-20) Hizkia doet hetzelfde met zijn probleem. Hij is doodziek. De profeet had hem verteld dat genezing er voor hem niet in zit. Met het advies zijn testament maar op te stellen, blijft hij achter. Diep bedroefd deelt Hizkia zijn probleem met God. (Jesaja 38: 1-5)

Jezus helpt verder te kijken dan de pijn, die schrijnend op je af kan komen. Op een dag wordt er een blinde man bij Hem gebracht, waarna de discipelen van Jezus de vraag stellen of zijn blindheid het gevolg is van zonden van die blinde, of van zijn ouders. Jezus gaat niet op die vraag in. Het gaat Hem erom dat God hier zegen uit voort laat komen. (Johannes 9: 1-3) Hij wil alle dingen ten goede laten meewerken. (Romeinen 8:28) Beproevingen blijven een realiteit, waar je sterker uit kunt komen. (Jakobus 1:12)

Om te overdenken

  • Hoe ga jij met teleurstellingen en tegenslagen om? Hoe deed jij dat de laatste keer?

  • Zou je dat nu anders doen? Waarom (niet)?

Wat God wil

Jezus nodigt iedereen uit om met alle beknellende omstandigheden bij Hem te komen, zodat Hij daar Zijn rust tegenover kan stellen. (Mattheüs 11:28). Jezus kent de pijn van het leven en begrijpt precies wat wij doorstaan. (Hebreeën 4:15) Hij zorgt ervoor dat de druk nooit zo groot zal zijn, dat wij er onder bezwijken. Hij geeft het vermogen om de juiste beslissingen te kunnen nemen en geeft oplossingen. (1 Corinthiërs 10:13) Ook David kan erover meepraten dat God hem in moeilijke situaties leidt. Confronterende situaties vergelijkt hij met een hoge muur, die met Gods hulp toch beklommen kunnen worden. (2 Samuël 22:29)

Tegenslagen kunnen als een snoeiproces aanvoelen: je lijdt verlies. God gebruikt dat om uiteindelijk winst te laten ontstaan. Je ervaart je afhankelijkheid en merkt dat je leven verrijkt wordt. (Johannes 15:2) Wanneer je zelf een stap terug zet, ontstaat er meer ruimte om Gods handelen te kunnen zien. (2 Corinthiërs 12:9) God moedigt ons daarom ook aan Hem aan te roepen wanneer de druk groot is. (Psalm 50:15) Je kunt nooit te vaak met je vragen bij Hem aankloppen. Hij blijft op dezelfde liefdevolle manier reageren. (Hebreeën 4:16)

Gods liefde voor ons staat onwrikbaar vast. Hij is met ons begaan en de vriendschap die Hij voor ons voelt, is ongekend groot. (Jesaja 54:10) Hij heeft dat laten blijken door Zijn enige Zoon te geven (Johannes 3:16).

Om te overdenken

  • Heb jij er ervaring mee dat God rust geeft in moeilijke situaties? Zo ja, wat gebeurde er?

  • Hoe kun je ‘een stap terug zetten’ om meer van Gods handelen te zien?

  • Wat is er nodig om dat daadwerkelijk te doen wanneer de druk toeneemt?

Gelouterd

David vertelt dat hij God aanriep toen hij er ellendig aan toe was. God luistert niet alleen, maar bevrijdt hem ook van wat hem dwars zat. Hij ervaart Gods goedheid en wordt weer gelukkig. (Psalm 34: 7-9) Paulus weet het hoofd aan grote tegenslagen en forse tegenwerking te bieden. Hij zegt dat hij dit kan doen dankzij de Heer, die hem daarvoor de kracht geeft. (Filippenzen 4:13)

Salomo staat voor de opgave om zijn vader op te volgen en onderkent dat zijn onervarenheid een struikelblok vormt. Hij vraagt God hem onderscheidingsvermogen te geven, om een goed bestuurder te worden. Hij ontvangt wijsheid en wordt verder aangespoord om steeds dicht bij God te blijven leven. (1 Koningen 3: 5-14)

Naast voorbeelden van mensen die gelouterd worden door steeds Gods nabijheid te zoeken, geeft de Bijbel ook aansporingen dat ook zelf te doen. Van ons wordt onder andere inzet en doorzettingsvermogen gevraagd om de goede weg te gaan. God geeft ons van Zijn kant alles om toegewijd aan Hem te kunnen leven. (2 Petrus 1: 3-7)

Jacobus beschrijft het positieve van beproevingen: je wordt daar standvastig door. Je kunt altijd bij God terecht, ook wanneer je niet meer weet hoe je moet handelen. Hij geeft de wijsheid die je nodig hebt. (Jacobus 1: 2-5)

De brief aan de Hebreeën geeft prijs hoe loutering ontstaat: je moet je steeds op Jezus blijven richten. Hij liet zich niet afschrikken. Voor ons is er dus ook geen reden de moed te verliezen en het op te geven. (Hebreeën 12: 2-3) Waar anderen dat gekund hebben (Hebreeën 11), is het ook aan ons om met overtuiging, en in afhankelijkheid aan God onze weg te gaan.

Om te overdenken

  • Welke voorbeelden ken je van mensen die sterker uit problemen tevoorschijn kwamen doordat zij op God gericht bleven?

  • Hoe kan dat jou helpen wanneer je zelf (opnieuw) met problemen te maken krijgt?