Icon--npo spotify youtube twitter facebook instagram whatsapp linkedin mail search arrow-right menu arrow down clock Icon video audio camera snapchat

500 jaar reformatie

500 jaar reformatie

Eeuwen geleden leefden de mensen met veel angst. Zij geloofden in God omdat zij bang waren voor de hel. De Reformatie heeft voor een omwenteling gezorgd. Hierdoor kwamen God en zijn Woord weer dichtbij mensen en werd Gods liefde opnieuw begrepen.

Mensen kunnen nog steeds in de greep van angst leven. Omstandigheden, mensen, en ook verkeerde opvattingen over God kunnen daarvoor zorgen. Angst vraagt om een reactie. De Bijbel geeft uiteenlopende voorbeelden hoe daarmee is omgegaan. Uiteindelijk wil elk bang mens van zijn angst afkomen. God maakt duidelijk hoe dat kan.

Angst en paniekaanvallen

Angst is een emotie, die je van bepaalde gevaren bewust kan maken. Iedereen heeft hier van tijd tot tijd mee te maken. Gevaren die van buitenaf komen, kunnen angstaanjagend zijn. De Israëlieten kenden deze momenten ook. In hun tocht door de woestijn waren zij een aantal keer bang van dorst om te komen, zoals in Mara, toen het water dat zij vonden niet te drinken was (Exodus 15:23).
De meeste verspieders die het beloofde land bezochten, waren ervan overtuigd dat de Israëlieten het land niet konden innemen. Tegen de reuzen in dat land konden zij nooit op. Met hun reisverslag maakten zij de overige Israëlieten doodsbang. (Deuteronomium 1:28)

De discipelen van Jezus hebben ook angstige momenten gekend. Nadat Jezus een grote groep mensen te eten had gegeven, stuurde hij de discipelen naar Betsaïda. Met een boot staken zij daarvoor een meer over. Doordat zij sterke tegenwind hadden, schoten zij niet erg op. Toen Jezus over het water naar hen toeliep, schreeuwden zij het van bangheid uit: zij dachten een spook te zien. (Markus 6:49)

Toen Jacob met zijn gevolg bij Laban was weggegaan, en terugging naar zijn geboortestreek, zag hij erg op tegen de ontmoeting met zijn broer. Hij was bang dat Esau zich nog steeds op hem wilde wreken voor de leugen waarmee hij het eerstgeboorterecht van Esau had afgenomen. Zijn angst werd groter toen hij hoorde dat Esau hem met een groep van 400 mannen tegemoetkwam. (Genesis 32:7)

De Bijbel vertelt ook over mensen die bang voor God zijn. Adam en Eva overkwamen dat toen zij tegen Hem in waren gegaan door toch van de verboden vrucht te eten. Zij verstopten zich, in de veronderstelling dat zij niet gezien zouden worden. (Genesis 3:8)

Job was ook bang voor God. Hij was ervan overtuigd dat God hem in het ongeluk had gestort en vreesde nog grotere problemen te krijgen. Hij vertelde dat hij verschrikt voor God sidderde. (Job 23:13)

Om te overdenken

  • Wanneer ben jij voor het laatst bang geweest? Wat maakte jou bang?
  • Welk effect had jouw angst op jouzelf en op anderen?

Omgaan met angst

Sommigen geven anderen de schuld van de problemen die zij over zichzelf hebben afgeroepen. God vertelde de profeet Jesaja dat het leger van Assyrië als een vloedgolf over Juda heen zou komen en het land in bezit zou nemen. Dat was een angstwekkend vooruitzicht. In plaats van naar God te gaan, zochten zij uitkomst bij geesten van doden en bij waarzeggers. Zij gaven de koning en God de schuld van wat hen overkomen was, terwijl dit het gevolg was van hun eigen keuzes. (Jesaja 8:21)

Toen Petrus herkend werd als een van de discipelen van Jezus, vreesde hij ook opgepakt te worden. Tegenover drie verschillende mensen ontkende hij Jezus te kennen. Met vervloekingen probeerde hij zijn ontkenningen kracht bij te zetten. (Lukas 22:61)

David stapelde fout op fout om te verbloemen dat hij overspel had gepleegd. Nadat hij Batseba had zien baden, had hij haar bij zich ontboden, en had hij gemeenschap met haar. Dit leidde tot een zwangerschap. Hij haalde de man van Batseba terug van het slagveld, waar hij als militair diende. “Ga je thuis ontspannen,” adviseerde David hem met een duidelijk bijbedoeling. In tegenstelling tot wat David veronderstelde, ging Uria niet naar huis en overnachtte in de stadspoort. Uiteindelijk zorgde David ervoor dat Uria op het slagveld zou sneuvelen. (2 Samuel 12)

Toen Hizkia zo ziek werd, dat hij voor zijn leven vreesde, zocht hij zijn toevlucht bij God (Jesaja 38:14). Hij realiseerde zich dat God zijn enige hoop was, en volgde daarmee precies de weg die God eerder aan het hele volk had voorgehouden (Deuteronomium 4:30).

Toen Daniël ervan hoorde dat er een verbod was uitgevaardigd dat niemand mocht bidden, ging hij naar huis om, zoals hij altijd deed, tot God te bidden. Hij aanvaardde de consequentie dat hij in de leeuwenkuil gegooid zou worden. Zijn geloof in God was sterker dan de angst om door leeuwen gedood te worden (Daniël 6:11).

Om te overdenken

  • Hoe ben jij met jouw angst(en) omgegaan? Wat heb je gedaan en wat heb je juist niet gedaan.
  • Wat heeft jou geholpen om over jouw angst(en) heen te komen?

Angst overwinnen

Alle misstappen die je begaat, kunnen als een barrière tussen jou en God voelen. God stapt daar overheen, wanneer je er steeds voor kiest om Hem de belangrijkste plaats in je leven te geven (1 Samuel 12:20). Tegenover angst en bedruktheid, biedt God ons Zijn liefde aan, waardoor Zijn goedheid, die overweldigend groot is (Efeziërs 2:7), duidelijk wordt. Voor angst blijft geen ruimte meer over (1 Johannes 4:18).

Omdat mensen waardevol voor God zijn (Matteüs 10:31), gaat het Hem aan het hart wat hen overkomt. God blijft dichtbij (Deuteronomium 31:6) en Hij troost (Jesaja 51:12). Het is niet nodig om voor anderen bang te zijn.

Wie bang is voor de dood, kan die angst ook kwijtraken (Hebreeën 2:15). Jezus heeft voorgoed afgerekend met de duivel, die mensen in angst gevangen wil houden. God geeft bescherming tegen deze valstrik (Spreuken 29:25).

De heilige Geest bepaalt ons er steeds bij dat wij kinderen van God zijn (Romeinen 8:15). Door daarbij stil te staan, verliest angst zijn grip op ons leven. God heeft een belofte gegeven, waar iedereen ook op terug mag vallen: ‘Wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je God. Ik zal je sterken, ik zal je helpen, je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.’

Om te overdenken

  • Heb jij er ervaring mee dat angst verdween door je op God te richten? Wat gebeurde er toen?
  • Hoe belangrijk zijn deze ervaringen voor jou?
  • Hoe zou jij voortaan met angst om willen gaan? Wat is ervoor nodig om dat te kunnen doen?