Icon--npo spotify youtube twitter facebook instagram whatsapp linkedin mail search arrow-right menu arrow down clock Icon video audio camera snapchat

Gods antwoord als alles tegenzit

Gods antwoord als alles tegenzit

De wet van Murphy noemen ze het: van die dagen, dat alles wat fout kan gaan, ook fout gaat. Zoiets lezen we in de Bijbel ook bij Job. Een man die God diende en rijk is en daarom door de duivel op de proef wordt gesteld. Alles raakt hij kwijt, zodat zijn beste vrienden zich ook hardop gaan afvragen: 'Wat heb jij verkeerd gedaan Job, dat God je zo hard straft?' Zo ver kan het dus komen in het leven van een gelovig mens, dat hij zijn eigen geboortedag vervloekt. Dan reageert God niet door dingen uit te leggen, maar door Zichzelf aan Job bekend te maken. En blijkbaar is dat genoeg voor Job.

Hoe ga jij met moeilijke situaties om?

Laten we eerlijk zijn, iedereen verlangt naar een kalm en overzichtelijk leven, waarin je door het goede wordt toegelachen. Zulke periode komen weleens voor, maar houden niet alsmaar aan. Elk mens kent tijden die zwaar zijn en die diep op het leven ingrijpen. Je kunt daar op verschillende manieren mee omgaan. Welke keuzes maak jij? Betrek je God in je problemen? Op welke manier doe je dat?

Tegenslagen

Het leek erop dat het leven van Job op voorspoed rustte. Aan alle kanten zat het hem mee. Hij was uitzonderlijk rijk, had een groot gezin en stond in de regio waar hij woonde om zijn welvaart bekend. In geestelijk opzicht was er niets op Job aan te merken. (Job 1: 1+2) Hij had grote eerbied voor God en leefde daar ook naar. Buiten zijn schuld verloor hij alles wat hij bezat. Ook zijn gezondheid werd aangetast. Berooid zat hij op de grond. (Job 2:8)

Elimelech en Noömi waren met hun zonen vanwege een hongersnood naar een buurland gevlucht. Daar wilden zij hun bestaan veilig stellen. Hun jongens trouwden met meisjes uit dat land. Zij leken goed te integreren. Toen zowel Elimelech als beide zonen overleden, bleven er weinig middelen van bestaan voor Noömi over. Zij ging gedesillusioneerd naar haar geboorteland terug omdat de levensomstandigheden daar uiteindelijk toch beter leken. (Ruth 1:20)

Jeruzalem stond er slecht voor. Het Chaldese leger had de stad belegerd en was daarna weggetrokken omdat het erop leek dat er vanuit Egypte militairen kwamen om Jeruzalem te helpen. (Jeremia 37:5) Jeremia kreeg van God de opdracht om de koning van Juda uit de droom te helpen:  de belegering was niet afgeslagen. De Chaldeeën zouden terugkomen om de stad in brand te steken. Toen Jeremia de stad wilde verlaten, werd hij als overloper gezien. Hij kreeg stokslagen en werd langdurig vastgezet. (Jeremia 37:15) Toen hij namens God vertelde dat de inwoners zich aan de Chaldeeën moesten overgeven om in leven te blijven, sloegen de stoppen bij de raadsheren van de koning door. Zij wilden op een gruwelijke manier van Jeremia af. Ze gooiden hem in een put met de bedoeling dat hij langzaam in de modderige bodem zou wegzakken en van honger zou sterven. (Jeremia 38:4-7)

De steniging van Stafanus had grote gevolgen voor de kerk in Jeruzalem. De woede die tegen hem was losgebarsten, richtte zich daarna op de gemeente. (Handelingen 8:1) Volgelingen van Jezus werden met geweld uit hun huizen gehaald en in de gevangenis opgesloten. Wie dat wilde voorkomen, moest vluchten.  (Handelingen 9:2)

Om te overdenken

  • Hoe komt het dat ook gelovige mensen met tegenslagen te maken hebben?
  • Met welke problemen heb jij te maken (gehad)?

Reactie op tegenslag

De reactie van mensen op leed van anderen kan heel verschillend zijn. Mensen kunnen de omstandigheden extra pijnlijk maken door met opzet de spot te drijven met de ontstane situatie. (Lukas 23:39) Goed bedoelde adviezen kunnen ongefundeerd zijn en een verkeerde uitwerking hebben. (Job 32:2)  Gelukkig zijn er ook mensen die de situatie wel aanvoelen en tot steun zijn. (Filippenzen 4:14)

Als apostel en zendeling vervulde Paulus een belangrijke rol bij het stichten en ondersteunen van kerken. Hij had die opdracht van God gekregen en vervulde zijn taak op een effectieve manier. Hij ervoer niet alleen veel zegen, maar had ook met grote tegenslagen te maken.  (2 Korintiërs 11:26) Toch liet hij zich daar niet door uit het veld slaan. In de overtuiging dat God hem altijd redt, verwachtte hij uitkomst van God. (2 Korintiërs 1:10) Voor David was dit ook kenmerkend. Hij heeft ook voor hete vuren gestaan, en hield vast aan de steun die hij van God bleef verwachten. (1 Samuël 30:6)

Zorgen en problemen hoeven je niet nog kwetsbaarder te maken. De kerk in Rome wordt de les voorgehouden dat je daar juist sterker van wordt. (Romeinen 5:3) Paulus hield die ervaring niet voor zichzelf. Jacobus zegt dat er alle reden is om blij wanneer er beproevingen op je weg komen; wanneer je geloof beproefd wordt, kom je er sterker uit tevoorschijn. (Jakobus 1:2)

Om te overdenken

  • Wat heb jij aan de uitspraken van Paulus en Jacobus dat je sterker uit moeilijke periodes kunt komen?
  • Wat is ervoor nodig om op deze manier problemen te overwinnen?
  • Welke ervaring heb jij met mensen die op jouw moeilijkheden reageerden?
  • Aan welke reacties had jij het meest?
  • Hoe kun jij iets betekenen voor mensen die het zwaar hebben?

Waar is God wanneer het tegenzit?

 

Wanneer je overweldigd wordt door tegenslag, kun je het gevoel krijgen dat God ver weg is en dat God niets doet. Het is alsof hij zich verbergt. In verschillende psalmen wordt dit ook uitgeroepen: Waarom verbergt u zich altijd wanneer wij in de problemen zitten? (Psalm 10:1) Waarom vergeet u onze ellende? (Psalm 44:25) Wat is de reden dat u mij verstoot? (Psalm 88:14)  Zelfs Jezus stelde die vraag voordat hij stierf: Waarom hebt u mij verlaten? (Mattheüs 27:46)

Paulus worstelde ook met een probleem waar hij vanaf wilde. Hij vroeg God om dat voor hem op te lossen. Hij kreeg een ander antwoord dan hij verwachtte, en verbond daar belangrijke conclusies aan. (2 Korintiërs 12:9)

Het raakt Jezus diep wanneer mensen door lijden getroffen worden. (Mattheus 9:36)  Tegenover pijn en verdriet stelt Jezus iets anders: een diepe rust (Mattheus 11:28) die alleen door hem gegeven kan worden en een vooruitzicht waar elk lijden bij in het niet valt. (Romeinen 8:18) Tegenover gevoelens, die je op het verdere been kunnen zetten, staan toezeggingen die Jezus heeft gedaan. Bovendien is hij  altijd bij ons (Mattheus 28:20), hoe zwaar je ook getroffen bent. (Psalm 34:19)

Om te overdenken

  •  Mag je tegen God mopperen over je gevoel dat hij ver weg is? Waarom (niet)?
  •  Laat God ons ook werkelijk los wanneer je het moeilijk hebt? Hoe weet je dat?
  • Wanneer heb jij Gods nabijheid ervaren toen je met tegenslagen te maken had?