Icon--npo spotify youtube twitter facebook instagram whatsapp linkedin mail search arrow-right menu arrow down clock Icon video audio camera snapchat

Catharina Luther in Eva

11 oktober 2017

Deze maand schreef Mariëtte Woudenberg een prachtig artikel over Luther's vrouw, Catharina von Bora Luther, voor Eva Magazine 8. Lees het hele artikel hier alvast exclusief online! 

Meneer Käthe, mevrouw Luther

Luther noemde zijn vrouw altijd wat plagerig “meneer Käthe”. Katharina Luther-von Bora was haar tijd ver vooruit. De ex-non brak met veel regels waaraan zestiende-eeuwse vrouwen zich moesten houden en was een op-en-top manager.

Het is de nacht voor eerste paasdag, 1523. Twaalf nonnen sluipen door de gangen van klooster Marienthron in Grimma. Ze wonen vlak bij Leipzig, in het oosten van Duitsland. De vrouwen zijn doodsbang. Als ze betrapt worden, kost ze dat waarschijnlijk hun leven. 

Rebelse ideeën van de Duitse theoloog en hervormer Maarten Luther zijn doorgedrongen tot hun klooster. Luther presenteerde in 1517 in Wittenberg zijn 95 stellingen tegen de verkoop van aflaten; briefjes van de paus waarmee je je zonden kon afkopen. Sindsdien is hij beroemd en berucht. Hij verkondigt onder andere dat christenen vrij zijn. Mannen en vrouwen hoeven zich niet op te sluiten in een klooster en kuis blijven, maar moeten trouwen. Zo heeft God het bedoeld. Het celibaat vond Luther een uitvinding van de duivel. 

De vrouwen geloven wat Luther zegt en willen vluchten. Ze hebben hem per brief een noodkreet gestuurd en hij heeft koopman en handelaar Leonhard Koppe uit Torgau gevraagd de nonnen te helpen. Koppe wacht hen buiten de kloostermuren op. Hij verstopt de vrouwen tussen lege haringvaten in zijn huifkar en rijdt met hen naar het protestantse bolwerk Wittenberg. De plaats waar Luther als theoloog lesgeeft op de universiteit. Hij schrijft aan een vriend: ‘Ze zijn er zo slecht aan toe dat ze ons medelijden (…) nodig hebben: de hulp aan hen is een dienst aan Christus.’

Twee jaar later ligt de naam van een van de nonnen op ieders tong: Katharina von Bora. 

Het klooster in

Katharina komt uit een oude adellijke familie. Ze wordt in 1499 geboren op een klein landgoed bij Lippendorf, in de huidige deelstaat Saksen. Op haar vijfde of zesde gaat ze naar de kloosterschool van Brehna. Haar moeder is dood, haar vader Hans heeft weinig geld en voorziet dat hij later geen bruidsschat voor zijn dochter kan betalen. Tot haar tiende woont ze bij de benedictijnse nonnen, dan verhuist ze naar het strenge cisterciënzerklooster Marienthron. Hier legt ze op haar zestiende haar beloftes als non af. Ze belooft in armoede te leven, en ook gehoorzaam en kuis te zijn. Ze leert lezen, schrijven, rekenen, zingen, een beetje Latijn en alle praktische vaardigheden die nu eenmaal nodig zijn in een zelfvoorzienende vrouwengemeenschap. 

Een grof schandaal!

Als Katharina vlucht, is ze 24 jaar oud. Op steun van haar familie hoeft ze niet te rekenen. En geld of rechten heeft ze als ex-non niet. Alleen een huwelijk kan haar zekerheid brengen. In Wittenberg wordt Katharina verliefd op de knappe student Hieronymus Baumgartner, maar zijn deftige familie ziet het niet zitten dat hij met haar trouwt en huwelijkt hem razendsnel uit aan een geschiktere vrouw. 

Luther voelt zich verantwoordelijk voor haar. Is de oude dominee Kaspar Glatz misschien iets? “Nee hoor!”, zegt ze resoluut: “Ik trouw nog liever met jou!” Het brengt de 41-jarige hervormer op een idee. Hij wil het zijn vader niet aandoen om kinderloos te sterven. En de kans dat dat gebeurt, is groot. Aangezien de paus en de Duitse keizer hem beschuldigen van ketterij en hem vogelvrij hebben verklaard, is hij zijn leven niet zeker. Bovendien vindt Luther dat hij onderhand weleens het goede voorbeeld mag geven. Hij preekt toch altijd zo vurig tegen het celibaat?

Hij geeft toe “dat hij niet brandt van verliefdheid”. Katharina heeft brede jukbeenderen en is een beetje scheel. Bovendien vindt Luther haar een pittige tante, ze is volgens hem “trots en verwaand”. Ondanks die bezwaren trouwt hij toch met haar. Katharina en Luther treden in 1525 in het huwelijk, in de stadskerk van Wittenberg. Een ex-non en een voormalige monnik die hun kloostergeloftes overboord gooien. Het is een grof schandaal! Tegenstanders roddelen zich suf. Katharina is vast een heks. Ze geloven dat zij “zal bevallen van een tweekoppig monster”. Ook enkele van zijn vrienden zijn niet blij met Luthers keuze. “De hele wereld en alle duivelen zullen lachen.” 

Verwaarloosde, vieze bende

Het stel trekt in een voormalig klooster in Wittenberg, waar Luther al als vrijgezel woonde. Katharina komt terecht in een verwaarloosde, vieze bende. Haar kersverse echtgenoot blijkt het niet zo nauw te nemen met de hygiëne. Het eerste wat ze doet is het met zweet doordrenkte bedstro van Luther weggooien. Luther weet totaal niet hoe je een huishouden runt en heeft een gat in zijn hand. Bovendien is hij vaak depressief en ziekelijk. Hij erkent: “Ik ben geen heilige”. 

Toch hoor je Katharina niet klagen. Zij wordt de baas in huis. Luther noemt haar altijd wat plagerig “meneer Käthe” en ook liefkozend “de morgenster van Wittenberg”. Elke ochtend staat ze voor dag en dauw op om aan het werk te gaan. Ze knapt het klooster op, neemt dienstmeiden en knechten aan en leidt met strakke hand een gasthuis. Er logeren familieleden, maar ook studenten en andere kostgangers die willen sparren met haar wereldberoemde man. Alsof het niets is brouwt Katharina ook haar eigen bier, bakt brood, kweekt vissen en breidt hun bezit uit met vee, akkers, weilanden en tuinen. 

Liefdevolle relatie

Luther gaat gaandeweg intens van haar houden en geniet van het huwelijksleven want, zegt hij: “Een getrouwd man doet wonderlijke ervaringen op. (…) Als hij wakker wordt, ziet hij in bed een paar haarvlechten naast zich, die hij vroeger niet zag.”

Katharina wordt Luthers steun en toeverlaat. Ze wordt hem “meer waard dan het koninkrijk Frankrijk en de republiek Venetië, want zij is een vrome vrouw, door God mij gegeven”. Ze is net als hij ook diepgelovig. Haar grote verlangen: “Ik wil aan Christus kleven als een klit aan een kleed.” Luther benadrukt vaak dat zijn werk én de kerkhervorming veel te danken hebben aan zijn Käthe. 

Zijn vrouw is alleen niet op haar mondje gevallen. Luther vindt dat geen punt, maar enkele van zijn geleerde vrienden ergeren zich groen en geel. Ze is volgens hen niet nederig, zoals het vrouwen uit de zestiende eeuw betaamt. Katharina mengt zich aan tafel rustig in theologische en politieke discussies. 

Samen krijgt het paar zes kinderen, van wie er twee helaas al jong overlijden.

Moeilijke jaren

In 1546 sterft Luther zelf tijdens een van zijn vele reizen. Katharina is diepbedroefd. Aan haar schoonzusje schrijft ze: ‘Ik kan eten nog drinken. Zelfs niet slapen.’ Als Luther wordt begraven, komt haar naam nergens voor in de grafredes. Maar kort daarna ligt ze weer op ieders tong: Luther heeft Katharina in zijn testament benoemd tot erfgenaam en wil dat zij de kinderen opvoedt. Iets wat ongehoord is in die tijd. Het gaat in tegen het Saksische recht en daarom moet de keurvorst er aan te pas komen om het testament te bekrachtigen.  

Mede hierdoor krijgt Katharina het zwaar na Luthers dood. Bovendien bedreigen katholieke troepen Wittenberg en moet ze samen met haar kinderen vluchten voor de oorlog. Als het gezin na enige tijd terugkomt, is veel land buiten de stad verwoest. Ze probeert in vijf jaar tijd weer een leven op te bouwen. Maar dat blijkt niet makkelijk: buren spannen processen tegen haar aan en bijna alle bewonderaars van haar man bekommeren zich niet op zijn weduwe.

 

Tekst: Mariëtte Woudenberg
Beeld: Studio Vrolijk