Icon--npo spotify youtube twitter facebook instagram whatsapp linkedin mail search arrow-right menu arrow down clock Icon video audio camera snapchat

Er is geen ontkomen aan

Patrick van der Linden over de Matthäus-Passion

Op 16 en 17 maart worden er opnamen gemaakt van de Matthäus-Passion. Patrick van der Linden is dan de dirigent. Wat vindt hij eigenlijk van de muziek van Bach?

Soms zou ik uit pure vreugde willen dansen als Bach op de lessenaar staat. Neem bijvoorbeeld het openingskoor van Cantate 62. Het ritme werkt zo aanstekelijk en is zo dwingend en vitaal, dat stilstaan nauwelijks lukt.

Emoties

Andere momenten zijn zó emotioneel, dan is de muziek zó aangrijpend, dat je het tot op de bodem van je ziel voelt. In de Matthäus-Passion is Jezus’ zielensmart bijna lijfelijk voelbaar. Als Jezus met de diepste droefheid zegt: ‘Meine Seele ist betrübt bis an den Tod; bleibet hier und wachet mit mir,’ dan lijden we dit mee.

De eenheid van tekst en muziek

Het fascinerende is dat muziek in het algemeen, maar zeker Bachs muziek, je ervan overtuigt dat het verhaal ook echt waar is. Ik ken geen muziek waar het karakter van de tekst en de daarbij horende muziek tijdens de uitvoering zo daadwerkelijk aanwezig zijn in de zaal. Denk bijvoorbeeld aan de berusting en tegelijkertijd de vertroosting in het begeleide recitatief ‘Am Abend da es kühle war, ward Adams Fallen offenbar’. Ook bij de daarop volgende aria ‘Mache dich mein Herze rein’ is er werkelijk geen ontkomen aan.

Zeggingskracht van de muziek

In sommige delen, bijvoorbeeld bij het openingskoor van de Matthäus. is de muziek zo complex, dat ik bij het analyseren ervan geen woorden kan vinden. Die complexiteit gaat hand in hand met schoonheid, die daar het gevolg van lijkt te zijn. Structuur en vorm gaan in dit koor een perfecte synthese aan met tekst en retorica, emotie en expressie. Dit deel uitvoeren is iedere keer weer bijzonder. Vooraf voel je als dirigent de spanning: we staan met elkaar voor een enorme opgave, die groots en meeslepend is en concentratie vereist. Maar als het lukt geeft het ook enorme genoegdoening. Ik ben zelf een gelovig mens, lid van de Hervormde Gemeente in Ridderkerk-Slikkerveer. Welke predikanten ook het lijdensevangelie uitleggen, er kan niemand op tegen de zeggingskracht van de Matthäus- of Johannes-Passion.

Over de uitvoeringspraktijk in Bachs tijd weten we eigenlijk bar weinig. De uitvoerenden? De indeling van de zangers- en instrumentgroepen? De grootte van de ensembles? De opstelling in de Thomaskirche? We weten het allemaal niet (zeker). Ik kan weinig met zekerwetende uitvoerders die precies weten hoe het moet. Maar een ding weet ik wel zeker, uit ervaring, en ik hoor het ook van zangers en spelers: als we ons openstellen en samen de concentratie kunnen opbrengen, is elke Matthäus-Passion iets bijzonders. Ongeacht de interpretatie. Ik ken maar weinig werken die zo’n intrinsieke, haast universele kracht in zich hebben. Muziek die uit zichzelf de muze uitnodigt binnen te komen; muziek die menselijk en goddelijk tegelijkertijd is, en die wellicht wel daarom God en mens verenigt.

Met toestemming overgenomen uit de glossy "Matthäus"